Die Urgeschichte (Genesis 1–11) PDF

Het verhaal veronderstelt het tweede scheppingsverhaal in Genesis 2:4b-25 over de schepping van Adam en zijn vrouw en hun overplaatsing naar de Hof van Eden en is op verschillende manieren met dit verhaal verbonden. Ergens na de schepping van de eerste mensen werd de eerste vrouw door de slang verleid om een vrucht van de boom „in het midden van de tuin“ te eten, terwijl God dit eerder verboden had. God had hen gewaarschuwd dat als ze van deze vruchten zouden eten, zij zouden sterven. De vruchten kregen een grote aantrekkingskracht op de vrouw: de „vruchten zagen er heerlijk uit, die Urgeschichte (Genesis 1–11) PDF waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken“.


Författare: Andreas Schüle.
Die Urgeschichte des Buches Genesis gehört zu den wirkungsgeschichtlich einflussreichsten Überlieferungen des Alten Testaments. Die Texte entwerfen in unterschiedlichen Perspektiven ein Bild des Anfangs, das den Leserinnen und Lesern Aufschluss über ihre eigene Situation und Welt geben will: Warum überwiegt in der Schöpfung Ordnung und nicht Chaos? Inwiefern unterscheidet sich der Mensch von seinen Mitgeschöpfen? Was sagt es über die Menschen aus, dass sie der Nähe ihrer Mitmenschen bedürfen? Ist das Böse in der als Schöpfung Gottes verstandenen Welt eine unausrottbare Tatsache? Warum gibt es unterschiedliche Nationen, Ethnien und Sprachen statt einer menschlichen «Einheitskultur»?. Neben einer schrittweisen Auslegung der Texte bietet der vorliegende Kommentar Einführungen in die Themen und theologischen Kernfragen der einzelnen Abschnitte der Urgeschichte. In Exkursen wird die Wirkungsgeschichte von Genesis 1–11 innerhalb wie auch ausserhalb des biblischen Kanons bedacht.

De vrouw plukte daarop een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man en die at er ook van. Hun ogen werden hierdoor geopend en zij merkten dat zij naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van. Toen de man en vrouw God in de koelte van de avondwind in de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich. God vermoedde dat zij hadden gegeten van de verborgen vruchten en vroeg de man of dit klopte. De man gaf de vrouw de schuld en de vrouw vervolgens de slang.

Tegen de vrouw zei hij dat haar zwangerschap een zware last zou worden en baren hard zwoegen. Zij zou haar man begeren, maar de man zou over haar heersen. De man zou zijn hele leven moeten zwoegen om uit de akker voedsel te produceren. Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug. De Hebreeuwse Bijbel kent vrijwel geen verwijzingen naar het verhaal over de zondeval. Pas in het apocriefe Sirach 25:29 wordt de „oerzonde“ uit Genesis 3 als het begin van het zondigen genoemd en gezien als oorzaak waardoor allen sterven. Hoewel de Hebreeuwse Bijbel uitspraken bevat die erop wijzen dat de mens een aangeboren neiging tot zondigen heeft, geven deze hier Adam niet de schuld van.

Daarnaast zijn er uitspraken dat alle mensen zondig zijn, maar zijn daarop ook enkele uitzonderingen. Pas in de vroeg-judaïstische apocalyptiek, toen men de verhalen over donkere machten en krachten overdacht, kreeg de „oerzonde“ niet alleen betekenis als oorzaak van alle kwaad maar ook als „zondeval“ omdat sinds de ongehoorzaamheid van de oerouders de zonde het karakter van een fataliteit voor alle mensen kreeg. Philo van Alexandrië verklaarde zondigen als de mensen aangeboren. Paulus betoogde in zijn Adam-Christus typologie in Romeinen 5:12-21 dat „de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd“.

Romeinen 5:12 geldt als het klassieke bewijs van de leer van de erfzonde. Een van de meest opvallende spanningsvelden in de tekst is de tweevoudige verdrijving uit de tuin in Genesis 3:22-24 en de gerelateerde vermelding van verschillende bomen. Onderdelen zijn verschillend gedateerd, maar van het voorliggend materiaal kan worden aangetoond dat het mythologische motieven uit het Oude Nabije Oosten, Kanaän en Egypte heeft overgenomen. Het probleem van de twee bomen wordt bijvoorbeeld door Scharbert verklaard door deze naar de verzamelnaam עֵץ, „hout“, „boom“ te interpreteren als „boomsoort“, waartoe beide bomen zouden hebben behoord. De rol van de slang als verleider kan zijn overgenomen van oude mythen. In het Gilgamesj-epos beroofde een slang de held van het levenskruid.

Adam met zijn vrouw, waardoor ze tot het niveau van onredelijke dieren werden verlaagd en daarom uit het paradijs werden verdreven. Binnen deze seksuele interpretatie kan de boom des levens een belangrijke rol spelen: aangezien de mens niet van de boom des levens eet en daarom niet voor altijd kan leven, moet hij door reproductie als alle andere wezens zijn. Kennis over de noodzaak van voortplanting kwam volgens deze theorie echter pas na de uitzetting en kan daarom niet de reden zijn voor de straf bij de uitzetting. In een variant van deze theorie wordt geslachtsgemeenschap op zich niet als zondig beschouwd, maar speculeert dat Adam zich vroeger dan betaamde met zijn vrouw verenigde en bestond de schuld van de oerouders daar uit. In deze interpretatierichting wordt een toegenomen hoeveelheid ethische kennis als resultaat van het eten van de boom van kennis van goed en kwaad verondersteld. Jakob verzet zich tegen de interpretatie van de slang als een kwaadaardig buitenaards wezen of de duivel en beschouwt de slang als een beeld van sluwe verleiding en volgt zelfs Philo’s als „zinnebeeld van יֵצֶר הָרָע, hē hēdonē , ‚de drang naar het kwaad‘, ‚het zinnelijke verlangen'“.

Voor Jakob is de essentie van zonde ongehoorzaamheid aan Gods gebod. In de beeldende kunst is de zondeval het belangrijkste thema rondom Adam en Eva. Los van scènes die direct verband houden met Genesis 3, worden ook de gevolgen van de val getoond, evenals de overwinning van Christus op de slang of Maria als slangenbezweerder. In de kunst is de betreffende vrucht vaak voorgesteld door een appel. Dit idee is ingegeven door de Latijnse naam van de appel: ‚malus‘, wat behalve ‚appel‘ ook ’slecht‘ betekent. Uit het verhaal van Genesis 3 valt echter niet op te maken of het een appel was of een andere vrucht, en het kan zelfs een vrucht zijn geweest van een inmiddels onbekende boomsoort. Commons heeft mediabestanden in de categorie The Fall.

Erbsünde, Erbsündenlehre I, Der Befund der Schrift, in: LThK, 3e druk, III, pag. Erbsünde, in: LThK, 2e druk, III, pag. Philo van Alexandrië: De vita Mosis II. Erkenntnis und Fall in der zwischentestamentlichen Literatur, in zijn: Vor der Wende der Zeiten. Beiträge zur apokalyptischen Literatur, Neukirchen-Vluyn, pag. Die Schöpfungs- und Fallerzählung in Gen 2f.

Gottes Nähe im Alten Testament, SBS 202, Stuttgart, pag. Zie ook theologische overwegingen inzake het verschil in het gebruik van JHWH en Elohim in H. Die Paradieserzählung Genesis 2-3: Eine nachpriesterschriftliche Lehrerzählung in ihrem religionsgeschichtlichen Kontext, in: A. Beiträge zur Anthropologie des Alten Testaments, FS H. Ermöglichte und verwirklichte Schöpfung in Genesis 2f, in: A. Der Baum in der Mitte des Gartens.

Schlange, in Neues Bibel-Lexikon, deel III, pag. Das Recht der Bilder gesehen zu werden. Ermöglichte und verwirklichte Schöpfung in Genesis 2f, in A. 2006, Der Prolog der hebräischen Bibel.

Eine Auslegung von Gen 2,4b-3,24, in zijn Wahrnehmungen Gottes im Alten Testament. Das Buch Genesis, herdruk uit 1934, pag. Alte Kirche, in: TRE XXXII, pag. In de NBV wordt dit weergegeven als „Wat valt er mij nog te genieten van het leven?